1. Een hete zomer aan de Kaag (5)


    Datum: 26-8-2018, Categorieën: Familie, Auteur: quasi, Bron: Gertibaldi

    De volgende dag tegen het middaguur hebben ze het zwembad bij Karel klaar. Nu ze de truc van het monteren weten gaan ze vol goede moed bij Rinus beginnen. En inderdaad, tegen een uur of drie is ook dat bad klaar. De kwaliteit is goed. De wanden zijn dik, ruim 10 centimeter en blijven met het stalen frame dat ze erin hebben moeten schuiven goed overeind staan. De slanghaspel staat klaar en Rinus laat het bad vollopen. De gebruiksaanwijzing adviseert om geen koud leidingwater te gebruiken maar het bad op ongeveer 22 graden af te vullen. Hij sluit de haspel aan op de boot en draait de mengkraan open. Ton leunt over de badrand en houdt een thermometer in de waterstraal die binnenkomt. “Iets warmer!” roept hij. Een paar tellen later nog een keer “iets warmer!”. En dan komt hij omhoog. “Zo gaat het goed, iets meer als 22 graden”. Er gaat ruim 35 m3 in dus voorlopig staat het bad te vullen. De biertjes komen door en ze zitten in een grote cirkel. Ze geiten wat over de meiden in het water smijten en dan horen ze iemand roepen. Een meisjesstem “Hallo, is daar iemand?” Ton staat op en loopt naar de opening. Het meisje ziet hem en haar mond valt open. Ze herstelt zich snel. “Meneer, u loopt bloot.” “Ja, mag dat niet?” “Ja nou nee eh ja, misschien ook wel, maar mag ik wat vragen?” “Ja, vraag maar.” “Wij zijn met zijn drieën en hebben pech met de boot, twee van ons moeten heel nodig naar het toilet en we zijn heel erg moe, dus mogen we uw toilet gebruiken en dan hier vannacht blijven ...
    liggen.” “RINUS!” roept Ton. Die komt aangelopen. Opnieuw een blote man ziet het meisje, maar kennelijk went ze er al aan. Ondertussen zijn er nog twee meiden die hun hoofd boven de walkant steken en de drie meiden kijken naar de twee blote kerels. Ton vertelt de vraag tegen Rinus. “U mag hier eigenlijk niet aanleggen, dit is privé grond.” “Ja dat staat hier” antwoordt het meisje, “maar meneer, we zijn doodmoe van het roeien en we moeten nog een heel eind.” “Wat heb je voor pech dan?” “Deze boot is ooit door mijn vader omgebouwd tot een motorboot, er staat een sterke motor in maar die wil niet meer starten. We weten niet wat er mis is en we moeten naar Leimuiden.” “Kun je jouw vader niet bellen?” “Nee” schudt het meisje “die is gescheiden van mijn moeder en met de noorderzon vertrokken.” “Leimuiden, dat is nog een heel stuk peddelen, nou vooruit, kom eerst maar op de kant.” De meiden worden door de mannen uit de boot op de kant geholpen. Drie leuke meiden zien Ton en Rinus. Alle drie eenzelfde postuur, niet te grote borstjes, slank lichaam met een fraai kontje en lange benen. Twee van hen zijn blond, de derde donkerblond. Ze stellen zich voor, “ik ben Rowie” zegt de woordvoerster, “Ester” komt de tweede, “Vanessa” is de derde. Ze lopen met hun mee en de club ziet ze aankomen. Ton introduceert de meisjes bij de groep. Tineke neemt het over en nodigt de meisjes uit naar binnen te komen. Ze wijst hun het toilet en vraagt een paar dingen. Ze zijn alle drie 19 jaar, vriendinnen van ...
«1234...15»